Citaten overnemen van een e-reader

Zo af en toe kom je een passage in een boek tegen, die je graag wil delen op blog of Facebook, of die zo treffend is dat je hem als aantekening wil bewaren. Knippen en plakken lukt echter niet direct. E-books zijn zeer goed beschermd, of je ze nu uit de online bibliotheek leent of zelf gekocht hebt.

Zo las ik onlangs geheel onverwacht – het was totaal niet het onderwerp van de roman – een beschouwing over de normaalverdeling die mij uit het hart gegrepen was. Het voerde mij terug naar het begin van mijn psychologiestudie, waarin bij statistiek geponeerd werd, dat alle verschijnselen in de natuur en dus ook in de maatschappij geneigd zijn in een normaalverdeling voor te komen. Van daaruit kon worden afgeleid wanneer iets afwijkend was, wat vooral van belang was om vast te stellen of resultaten van een experiment significant genoemd konden worden. Het bewijs in het geavanceerde statistiekprogramma kon ik echter niet volgen, en leek mij zelfs te rammelen. Was de psychologie, die meer en meer vertrouwde op statistische analyses, op drijfzand gebouwd? In vakkringen las ik de laatste jaren vaker kritische geluiden, maar zo mooi als Marijke Schermer het in Noodweer verwoordde had ik het nog niet eerder gelezen:

E-reader - normaalverdeling

O ja, deze bijdrage ging over het kopiëren van teksten uit een e-book. Het was niet mogelijk bovenstaande passage als tekst te kopiëren. Maar als kopieerapparaten al aanbieden om tekst om te zetten in Word, moet dat met een digitale tekst toch ook lukken? En inderdaad. Ik maakte een screenshot van bovenstaande passage, en vroeg Google deze in tekst om te zetten. Dit ging perfect. Zelfs een naam als ‘Adolphe Quetelet’ of de Franse term ‘l’homme moyen’ werd foutloos weergegeven:

Tijdens haar studie sociologie werd Emilia gegrepen door het idealisme van de negentiende-eeuwse statistici. Haar enthousiasme ging uit naar de Belg Adolphe Quetelet die de statistiek introduceerde in de geesteswetenschappen. Hij was begaan met wat hij zag. Hij meende dat je met het verzamelen van cijfermatige gegevens de kennis verkreeg waarmee je de wereld kon verbeteren. Hij registreerde van alles: de leeftijd waarop mensen het meest geneigd zijn crimineel te worden, de maanden waarin er bovengemiddeld veel mensen doodgaan, de relatie tussen woonomstandigheden en alcoholisme, enzovoort. Hij muntte de term l’homme moyen, de gemiddelde mens, en Emilia werd aangestoken door zijn opvattingen en de pogingen voor die gemiddelde mens zijn ideale leefomstandigheden vorm te geven. Ze studeerde op hem af en verdiepte zich in de vraag hoe het becijferen van de werkelijkheid tot juiste ingrepen zou kunnen leiden. En ze was geïnteresseerd in de vraag hoe cijfers anno nu een rol speelden in het begrijpen en ook in het verhullen van dingen. Wanneer becijferde de statistiek nu echt de werkelijkheid? Vertegenwoordigers van staand beleid gaven opdracht tot het verzamelen van cijfers ter ondersteuning van keuzes die al lang waren gemaakt. Het ene onderzoek werd genegeerd, het andere opgeblazen. Zogenaamde feiten die door nieuwe onderzoeken allang waren tegengesproken, doken voortdurend toch nog overal op. Ontelbaar veel onderzoek werd gedaan in opdracht van partijen met marktbelangen. Nog voordat ze afgestudeerd was begon ze met drie bevriende studiegenoten sos, dat stond voor Systematisch Onderzoek Statistiek. Ze speurden naar de cijfers achter nieuwsberichten, publiceerden statistische gegevens en artikelen die een ander uitzicht op de feiten boden. In het algemeen probeerden ze de zogenaamde zekerheid die cijfers gaven te nuanceren, door te laten zien dat de keuze voor een bepaald model of het definiëren van een specifieke groep een rol speelden. Door uit te leggen dat de normaalverdeling geen natuurverschijnsel is maar een constructie.

Marijke Schermer, Noodweer (2016), p.29 – schuin uit origineel, vet zelf aangebracht

____

Pdf- en fotobestanden naar tekst converteren: het komt er in het kort op neer, dat je de foto in een mapje in Google Drive zet. Klik met de rechtermuisknop op de foto, en vervolgens op ‘Openen met – Google Documenten’. Na een paar seconden is het afbeeldingsbestand naar een nieuw Google-document geconverteerd. Hiervandaan is het eenvoudig tekstfragmenten over te nemen in Word, blog enz.


Advertenties

De terugkeer van de vlinder

Het is lang geleden dat ik een bericht in deze serie heb geplaatst. Minder tijd voor verwondering? Het dagelijks leven vergt veel energie. Een paar dagen geleden langdurig gefladder op de slaapkamer. Een vlinder zocht de kortste weg naar buiten, en had geen oog voor het raam dat ik een meter ernaast openzette. Dus toch maar voorzichtig in het kommetje van m’n handen gevangen. Toen ik m’n handen opende bij het open raam bleef hij/zij geduldig op mijn duim zitten. Als daar maar geen haiku van komt.

Vlinder bij slaapkamerraam (1)d

Een paar dagen later regende het flink, en zat dezelfde (?) vlinder buiten op het raamkozijn. Zittend op de rand van m’n bed zag ik de fijne tekening op de vleugels, en de gestippelde flonkering (regendruppels?) op de voelsprieten. Het was allemaal te subtiel om met mijn telefoon, die binnen handbereik lag, een goede foto te kunnen maken. Toen ik aan het eind van de ochtend weer naar boven ging nam ik de camera mee. De vlinder zat niet meer op dezelfde plek, maar was bij het grote raam neergestreken. Alle tijd om een paar foto’s te maken. Puur goud, de glinstering op de knoppen aan het eind van de voelsprieten.

Ook toen ik buitenom in het volle licht een foto wilde maken, bleef de vlinder rustig zitten.

Vlinder bij slaapkamerraam (12)

Op het computerscherm zag ik details die ik met het blote oog niet voor mogelijk had gehouden. Toen ik een halfuurtje later weer de slaapkamer opliep, scheen het zonnetje. De vlinder had haar vleugels geopend om te drogen en op te warmen. Schitterende oranje tekening op de vleugels, waarschijnlijk de atalanta, een van de meest voorkomende vlinders in Nederland. Ik pakte snel m’n camera. Iets te snel helaas, de vlinder was nu alert en vloog direct weg.

Drie favoriete gedichten

Voor de nieuwe serie Favorieten van Meandermedewerkers mocht ik drie lievelingsgedichten insturen.

Waterlelie revisited (1)


‘Wat was’ van Adriaan Roland Holst gaf de inspiratie om mij met poëzie over de ouderdom bezig te houden. Ik denk een jaar of twintig geleden. Op mijn website is het gedicht weergegeven met een kort commentaar. Toen was het een gedicht over een oude man. Inmiddels bijna een zelfportret.

Wat was

Toen er niets meer dan afbraak overbleef
deed hij de glazen deuren langzaam open
en trad naar buiten en dacht: ik weerstreef
niet meer en zie van hopen en wanhopen
af nu het graf mij wacht. Ik heb geleefd,
gedronken en gegeten wat ik wilde
en alles wat ik in de avond schreef
blijft naast mij. Toen hij eindelijk verkilde
en zich neerlegde op het doodstil terras
vlogen er meeuwen over zonder kreten.
Zij vlogen over naar wat eenmaal was,
naar lief en leed en naar voorgoed vergeten.


Adriaan Roland Holst
uit: Voorlopig (Van Oorschot, 1976)


Kopland was jarenlang mijn favoriete dichter. En aangezien mijn zoon Rutger heet, kon ik niet om hem heen. Maar welk gedicht? Ik bewonder Kopland vooral vanwege zijn rustige en beschouwende toon, waaruit heel veel liefde en aandacht spreekt voor de dingen en mensen waar hij het over heeft. ‘Portret I’ lijkt te gaan over een ouder iemand. Maar meer dan dat werpt het de vraag op, wat liefde is. De eerste strofe van het gedicht sierde onze trouwkaart in 1991. Daarbij heb ik destijds een kleine ingreep toegepast, want ‘zozeer in zichzelf / dat het sterft’ past niet echt bij een huwelijk. Het zit eigenlijk al in zijn zoeken naar woorden voor de liefde besloten: ‘het verandert (…) telkens weer in iets anders’.

Portret – I

Hoe langer het duurt, hoe langer
je liefhebt, maar wat heb je
lief, het verandert
steeds meer in steeds meer
zichzelf, zozeer in zichzelf
dat het sterft.

Zo alleen zul je worden met liefde
als met een landschap
dat langzaam verwintert,
steeds meer in steeds meer
die ene ets.

In je gezicht nog het gezicht
dat voelt hoe warm adem is
voor het afkoelt tot mist.

In je hand nog de hand die vertelt
dat je er bent, tot hij zich
terugtrekt in je hand.


Rutger Kopland
uit: Dankzij de dingen(Van Oorschot, 1989)


‘Voorgoed’ van Jean Pierre Rawie is mij erg dierbaar, en leidde tot mijn eerste Klassieker. De rest is geschiedenis.

Voorgoed

Dit is de herfst, dit zijn de mooiste maanden,
maar ze ontgaan ons zoals ieder jaar,
want wij zijn blinden in een wereld waar
het blijvende niet geldt, alleen het gaande.

Wij tastten in het duister naar elkaar,
een oogwenk dat wij ons onsterflijk waanden,
en zijn niet dan elkanders nabestaanden;
het bed is ons niet nader dan de baar.

Geen troost valt aan het najaar te ontlenen,
de bladeren verworden in de goot
en de gelieven zijn voorgoed verdwenen.

Wie weet is ons vergund pas metterdood,
door vreemde hemellichamen beschenen,
iets vast te houden wat ons niet verstoot.


Jean Pierre Rawie
uit: Geleende tijd (Bert Bakker, 1999)


De aflevering van Meander met bovenstaande gedichten is hier te vinden.

Waterlelie (6)

Ik heb de witte water-lelie lief,
daar die zoo blank is en zoo stil haar kroon
uitplooit in ’t licht.

Rijzend uit donker-koelen vijvergrond,
heeft zij het licht gevonden en ontsloot
toen blij het gouden hart.


Nu rust zij peinzend op het watervlak
en wenscht niet meer . . . .

Poëzie op straat

Drie jaar geleden zag ik zomaar ergens in een weiland een klein gedichtje staan, in mooie handgeschreven regels. Een elektriciteitshuisje op een braakliggend stuk grasland vlak achter station Driebergen-Zeist. Ik was er al een paar keer langsgekomen wanneer ik mijn zoon daar op de trein zette. Op een gegeven moment heb ik een camera meegenomen, de auto stilgezet en een stukje het weiland aan de linkerkant van de weg in gelopen (dat ging toen al niet zo gemakkelijk meer). Het bericht belandde op Facebook, en onlangs besloot het algoritme mij aan dit bericht te herinneren.

[foto – Elektriciteitshuisje juni 2016]
Elektriciteitshuisje achter station Driebergen-Zeist, juni 2016
De afgelopen jaren is het hele gebied rond station Driebergen-Zeist grondig op de schop genomen. Er is een tunnel onder de spoorwegovergang aangelegd, er is een grote P+R parkeergarage gebouwd. De bouwwerkzaamheden naderden het gebouw van de Vrije Hogeschool (tegenwoordig Antropia) tot op tientallen meters. Maar toen ik laatst weer langs het station reed, zag ik dat het huisje er nog steeds stond, zij het nu aan de rechterkant van de weg. En dat de handgeschreven regels er nog steeds op stonden! Het lijkt me onwaarschijnlijk, dat het huisje verplaatst is. Dus: het hele gebied rond het station, inclusief het stationsgebouw, is grondig op de schop gegaan. Alles veranderde. Alles? Nee, één onafzienbaar klein huisje hield dapper stand.

Het huisje van Saar (10 zijkant met man)


Nu ik toch hierover aan het schrijven ben: er moet mij iets van het hart. De laatste maanden zie ik op Facebook veel poëzie op straat langskomen die gemakzuchtig meelift op de hype. Poëzie op straat kan ook misplaatst zijn, wanneer er weinig aandacht is voor vormgeving, en de tekst geen relatie heeft tot de plaats. Dan worden het toch vooral regels van een ego dat om aandacht vraagt, of verwordt het tot literair behang à la muzak.

Als nietsvermoedende passant heb ik echter ook geweldige herinneringen aan poëzie op straat, zelfs voordat ik gearriveerd poëzieliefhebber werd. Als geboren Rotterdammer was ik onder de indruk van die vijf woorden van Lucebert, die bovenop een flatgebouw in het centrum van Rotterdam stonden. Woorden die niet alleen tot bezinning stemden, maar impliciet ook vernietigend commentaar gaven op het grootkapitaal, inclusief de verzekeringsmaatschappij die deze inmiddels beroemde neonletters had laten plaatsen. Ook de uitspraak van Eduard Douwes Dekker stemde tot bescheidenheid. Een geweldige huizenhoge schildering in een zijstraat van de Westersingel. Wanneer je er met de tram voorbij reed, kreeg je hooguit een glimp mee. Volgende keer nog beter kijken!

En tot slot de zwanen van Ida Gerhardt. Ik passeerde dat gedicht, wanneer ik in het voorjaar op Marken had gewandeld. Op een gegeven moment heb ik de auto aan de kant gezet om het een keer echt te lezen. Zo’n huis dat er middenin het niets staat, op de grens van de vogelrijke polders van Waterland en de Gouwzee. En dan een in sierlijke letters geschreven titel, en een gedicht vol verwondering over vogels die misschien juist op het moment dat je de tekst leest over je hoofd vliegen. Geweldig!

Het huis van Gerhardt doet me denken aan het huisje van Saar, toen het nog een beetje eenzaam in een leeg weiland stond. Ik hoop, dat het goed gaat met Saar, en dat haar woorden de haastige treinreizigers nog lang mogen raken.

Het huisje van Saar (8 - dichtbij met fietsen)
Het gedicht nauwelijks meer leesbaar door fietsen en hekken

je woorden en je daden
zo één, in harmonie.
de onbelopen paden
waarop ik nog steeds
jouw voetstappen zie.

Het huisje van Saar (16a - met fietser)
Een onooglijk huisje in een grondig verbouwd stationsgebied
Het huisje van Saar (3 - achterkant)
De achterkant van het huisje

 

 

Leven in het zwarte gat

Wanneer je heel goed kijkt tekent zich in het zwarte gat een klein silhouet en een kleuraccent af. Nu is het een kwestie van geduld hebben.

Spechtennest (5) donker gat zoom

Af en toe kan het jong zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen, terwijl vader en moeder specht in geen velden of wegen te bekennen zijn. Omdat de telelens een beetje als een verrekijker werkt, kan ik het koppie met de rode vlek vaag onderscheiden. Thuis achter de computer worden de details en de kleur pas echt goed zichtbaar.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Woorden als ‘eigenwijs’, ‘stripfiguur’ en Woody Woodpecker strijden om voorrang. Maar wat een voorrecht om zo’n klein wondertje op een paar honderd meter van m’n huis te kunnen bewonderen. Even later veel herrie. Vader en jong roepen elkaar van alles toe. Waarschijnlijk dat het onveilig is, want zolang ik kijk vliegt vader (of moeder – ik ben geen expert) niet naar het nest. Dus maak ik me maar snel uit de voeten (wielen), zodat het jong in alle rust gevoerd kan worden.

Spechtennest (1) 3000

—.

Het zwarte gat

Mensen vragen mij regelmatig, of ik sinds ik eind 2017 ben gestopt met werken niet in een zwart gat ben gevallen. Nu, dat valt wel mee. “Ziek zijn is bijna een soort baan”, zei schrijfster Hanna Bervoets onlangs in het Volkskrant-interview naar aanleiding van haar nieuwe roman Welkom in het rijk der zieken. Een uitspraak die ik van harte onderschrijf. Weliswaar ben ik ‘een man zonder diagnose’, de beperkingen in het dagelijks leven zijn er niet minder om. Gewone dingen kosten veel meer tijd en moeite dan voorheen, zo ze al niet van het lijstje met mogelijkheden zijn geschrapt. Scheren wordt steeds vaker uitgesteld, en onlangs was ik uitzonderlijk tevreden dat ik vier boeken naar de bibliotheek had teruggebracht en een kaart had gepost. Vroeger was dat iets wat je even tussendoor deed, nu voelde het alsof ik mijn target van die dag gehaald had. Daarnaast heeft de bedrijfsarts mij dit voorjaar behoorlijk beziggehouden. Ik ben daar nog steeds van aan het bijkomen.

Spechtennest (5) donker gat 3000

Vanwege de aanleg van een nieuwe brug liep het fietspad tijdelijk dood. Vlak voor het hek stond een vrouw over het water rond Fort Lunet III te turen. Ik moest denken aan geintjes die mijn vrienden vroeger bij de bushalte uithaalden. Om het wachten wat te doden, keken zij als bij toverslag in een bepaalde richting. Met de vingers naar boven wijzen werkte nog beter. Binnen de kortste keren tuurden alle mannen en vrouwen die op de bus stonden te wachten mee, om te ontdekken wat er aan de hand was. De vrouw wees op een zwart gat. “Daar zit een jonge specht in, ik heb hem zojuist nog gezien.”

Inzoomen, uitzoomen

Klaproos berm (5) +

 

De klaproos is het vuurwerk van het voorjaar. Zo ontzettend rood dat ze de pixels in een digitale camera laat exploderen. Met geen mogelijkheid vast te houden. Niemand plukt een bosje klaprozen om op de keukentafel te zetten.

 

Klaproos berm (22)

 

De klaproos bloeit tegen de klippen op. Morgen kan alles voorbij zijn, daarom bloeit zij vandaag met alles wat zij heeft.

 

Klaproos berm (2) +

 

De wereld kan lelijk zijn, aangeharkt, geasfalteerd. De klaproos heeft daar geen boodschap aan. De klaproos heeft maar één boodschap: leef!

 

Klaprozen vanuit slaapkamer III (2)d

 

We kunnen uitzoomen, afstand nemen, relativeren. We kunnen de ervaring heel klein maken, bijna vergeten. Maar wanneer we het slaapkamerraam openzetten, komen de signalen toch binnen. Zelfs over honderd meter.